De kepie model 1865
Koninklijk besluit nummer 51
Bij het koninklijk besluit nummer 51 (1865), was een markant en iconische hoofddeksel geboren. Het uiterlijk van het hoofddeksel, had invloeden van de grootmachten als het Keizerlijke Duitsland en Engeland. De eerste kepie, model 1865 werd geïntroduceerd, als stalmuts voor de officieren en was de vervanging van de stalmuts 1854. De officieren hadden naast hun hoofddeksel, zoals een kolbak, shako, de behoefte aan een elegant hoofddeksel, waarmee ze zich in de kazerne konden onderscheiden van de lagere rangen.
De kepie model 1865, kreeg de naam kwartier- en/of politiemuts. In de volksmond werd de kepie veldwachterspetje genoemd.. Het model en vorm van de kepie kwam overeen met de hoofddeksels welke destijds werden gedragen door de veldwachters. In de jaren 60-70 van de vorige eeuw, werd door de NCRV de serie “Swiebertje” uitgezonden. In deze serie was een personage, de veldwachter Bromsnor welke een kepie droeg van het model 1865. De veldwachters/politie hebben een gelijkend model 1865 kepie gedragen tot begin 20e eeuw..
De kepie 1865 werd in eerste instantie gedragen, binnen de kazernes en bij informele gelegenheden. Het was een stal-, kwartiermuts en met dit predicaat werd het gedragen. Vanuit de opper- en hoofdofficieren werd er een president geschapen, waarbij de officieren en lagere rangen, volgden en de kepie ook droegen bij dagelijkse gelegenheden.
Op 2 maart 1868 werd bij kabinet rescript ( instructie) NO=47 goedgekeurd, om de kepie model 1865 te dragen bij het klein- dagelijks tenue. Deze instructie werd opgenomen in het Reglement op den inwendige diensten uitgave 1868.
De dienstvakken artillerie- en infanterie regimenten hadden doorgaans geen ceremonieel tenue en droegen dan het dagelijkse tenue met verfraaiing van een fouragerre etc. Hierbij was het nieuwe comfortabel hoofddeksel, de kepie model 1865 een welkome aanvulling, in plaats van de shako.
De K.N.I.L gouverneur generaal J.B. van Heutsz, droeg op een officieel portret een kepie model 1865 ( Klik ->)) Portret van gouverneur-generaal Van Heutsz - RijksmuseumHet is (nog) onbekend tot wanneer het model 1865, mocht worden afgedragen en wanneer het model werd afgeschaft.
De kepie
Voor de officieren werd de kepie voorzien van zilveren dan wel gouden biezen en een kokarde gelijk aan de bies rond de kepie. In eerste instantie was de kepie voorbehouden aan de opper- hoofdofficieren, officieren en de cadetten aan de Militaire academie.De onderofficieren wilden ook een kwartiermuts, om zich te onderscheiden van de lagere rangen. Vanuit de hiërarchische gedachte, moest er verschil zijn en de onderofficieren kregen hun kepie. Bij koninklijke besluit 65, werd de bies en kokarde uitgevoerd met kemelsgaren ( katoenen).De inrichting van het leger was in deze tijd, in milities, schutterijen en plaatselijke landweer korpsen. Binnen de schutterij organisaties ontstond bij de officieren, tevens de wens voor de kepie 1865. Bij ministerieel besluit kregen de Schutterskorpsen toestemming om de kepie model 1865 te dragen.
Beschrijving kepie
De kepie van de hoofdofficieren is de bies aan de bol van gouden of zilveren koord, verder gelijk aan de officieren.De kepie van de generaal, is voorzien van vier recht opgaande gouden biezen op de naden van de kepie, aan de voor-, linker-, rechter- en achterzijde.
De kepie voor de rang van adjudant onderofficier is gelijk aan die van de officieren. ( KB7 mei 1866, NO= 100)
De cadetten bij de militaire academie hadden een kepie gelijk aan de officieren, in plaats van de gouden- zilverenband, een geel zijden galon. (2 augustus 1877 no= 10)De onderofficieren hadden een kepie gelijk aan de cadetten, alleen de band en bies aan de bovenzijde waren uitgevoerd in Kemelsgaren (katoen).
Pupillenschool, was een school voor de kinderen van militairen welke na hun lagere school, hun onderwijs voort konden zetten in het leger. De jongens droegen een kepie, met een vorm als de kepie van het Oost-Indische leger, maar dan lager. De kepie was van donkerblauw laken. Een zwart verlakt lederen klep , lederen voering ban zwarte kleur. Aan de onderzijde een rode band van 2 ½ centimeter breed. Aan de voorzijde een kokarde met een oranje hart, omrand met twee rijen rode koord. Rond de bol rode koord, alsmede aan de voor- en achterzijde op de naad een rode bies..
Polder kepie
Pupillenschool, was een school voor de kinderen van militairen welke na hun lagere school, hun onderwijs voort konden zetten in het leger. De jongens droegen een kepie, met een vorm als de kepie van het Oost-Indische leger, maar dan lager. De kepie was van donkerblauw laken. Een zwart verlakt lederen klep , lederen voering ban zwarte kleur. Aan de onderzijde een rode band van 2 ½ centimeter breed. Aan de voorzijde een kokarde met een oranje hart, omrand met twee rijen rode koord. Rond de bol rode koord, alsmede aan de voor- en achterzijde op de naad een rode bies..
De officieren van muzikanten van de Grenadiers droegen een kepie gelijk aan de officieren Infanterie. De Staf- en Elèvé muzikanten(leerling) hadden een kepie gelijk aan de onderofficier, met een gele band en bies aan de bovenzijde, uitgevoerd in Kemelsgaren (katoen).
Kepie model 1865
Kepie hoofdofficier
Alle regimenten
huzaren Cavalerie
Voorzijde
Linker zijkant
Achterzijde
Kepie officier
Eerste Regiment
Huzaren van Sytzama
voorzijde
Linker zijkant
Achterzijde
Kepie onderofficier
Eerste Regiment
Huzaren van Sytzama.
Voorzijde
Linkerzijkant
Achterzijde
Kepie onderofficier
Derde Regiment
Huzaren van Prins Alexander
voorzijde
Linker zijkant
Achterzijde
